Twee vragen over in beslagname van mijn auto?

In November meldt zich een deurwaarder met de mededeling dat deze beslagkomt leggen. Ik deel de deurwaarder mee, veel plezier ermee.

vervolgens stap ik in de auto en rij weg. immers ik heb geen verplichting een deurwaarder binnen te laten, later die dag wordt mij telefonisch meegedeeld door DW kantoor dat deurwaarder de auto had mee willen nemen. Gevolg is volgens telefonist van DW kantoor dat DW zich op dat moment 23 november bevindt op het politie bureau om aangifte te doen tegen mij.  OK prima zal zo’n vaart niet lopen, echter 15 december wordt ik in de stad aangehouden en wordt mij medegedeeld dat ik in een gestolen auto rijd. Llang vehaal kort makend, de auto wordt in bewaring genomen. Aangezien het hier om CJIB zaken gaat heb ik die ochtend om verschoonbare redenen bezwaar gemaakt via CVOM. Ik zit nu met 2 vragen:

1. Cvom zal de bezwaren invoeren en officier zal binnen 16 weken beslissen, echter het registreren en opschorten van inning door CJIB en naar ik aanneem DW kantoor duurt zomaar 14 dagen. Kan DW Kantoor de auto nu binnen deze tijd verkopen en gaat dit onderhands en of via openbare aankondigen.

2. wanneer mijn bezwaren in behandeling worden genomen blijft de auto dan in bewaring of zullen zij deze weer vrij moeten geven tot officier van justitie beslist heeft

 
Artikel 444 Rv stelt dat de deurwaarder toegang heeft om elke plaats te betreden ten behoeve van het leggen van beslag. Inderdaad verplicht dat artikel de vraagsteller niet tot medewerking, maar het artikel regelt wel wat te doen in afwezigheid van of weigering tot het verlenen van toegang door de betrokkene: forceren van de toegang in aanwezigheid van burgemeester of een ambtenaar van politie, tevens hulpofficier van justitie.

De geldende jurisprudentie (uitspraken van rechters) leert dat zichtcontact (en niet meer) nodig is om beslag te kunnen leggen.

Als de deurwaarder heeft medegedeeld beslag te hebben gelegd op het voertuig, dat in bewaring te zullen geven, en het daarom direct te zullen afslepen en de vraagsteller is vertrokken, dan heeft deze zich strafbaar gemaakt aan het onttrekken van goederen aan beslag, een misdrijf dat conform artikel 198 Sr (Wetboek van Strafrecht) strafbaar is met een gevangenisstraf van vier jaar of een geldboete van de vierde categorie.

De gerechtsdeurwaarder doet in dergelijke gevallen aangifte van zo’n misdrijf bij de politie, die het voertuig op een signaleringslijst plaatst, die ook gebruikt wordt voor de opsporing van gestolen voertuigen.

Een in bewaring gegeven zaak blijft in bewaring tot aan de verkoop. Executoriale verkopen vinden, behoudens in de wet genoemde uitzonderingen, in het openbaar plaats. Alvorens tot verkoop over te gaan zal de deurwaarder eerst nog verkoopbiljetten aanslaan bij het gemeentehuis en de plaats van de verkoop en zal een advertentie geplaatst worden in een plaatselijk verschijnend dagblad.

De tenuitvoerlegging van een dwangbevel wordt alleen geschorst als verzet wordt aangetekend. Bij CJIB-dwangbevelen staat op de achterzijde precies vermeld hoe dat dient te geschieden.

Zolang dit formele verzet niet bij de kantonrechter is ingediend en de gerechtsdeurwaarder daar niet mee bekend is, zal de tenuitvoerlegging gewoon doorgang hebben, de verkoop dus ook.

De vraagsteller wordt geadviseerd zich met de materie tot de behandelend gerechtsdeurwaarder te wenden voor overleg en zo nodig rechtskundige bijstand van een rechtsbijstandverzekeraar, advocaat of juridisch loket (www.cjib.nl.www.juridischloket.nl) in te schakelen.

Comments are closed.